Boontjes snijden kan ik nog als de beste. En ik help ook mee met het schillen van aardappelen hoor. Ik lach tegen die meneer die zomaar naast me is gaan zitten. O, nu zie ik het, hoe heet hij toch ook al weer. Ik lach maar eens heel vriendelijk en laat zien dat ik al veel boontjes getopt heb. Nu weet ik het weer, het is Arian. 'Waar is Marjon?' vraag ik, maar nu ben ik alweer vergeten waarom ze er niet is. Daarom vraag ik het nog maar eens. Hij kwam me halen, hielp me in de rolstoel en hup daar ging. Ik kon niet eens even gedag zeggen! Ik was bang dat hij me naar een andere plek zou brengen waar ik niemand ken. We reden een stukje in de auto, ik zat net even lekker om me heen te kijken toen we bij een heel groot huis kwamen waar ik nog nooit was geweest. Er stonden heel veel auto's. zoveel heb ik er nog nooit gezien, wil je het geloven? Hij hielp hij me weer in de rolstoel en toen moest ik wachten en liep hij weer weg. Zomaar! En daar zat ik, moederziel alleen. Ik was bang dat hij niet meer terug kwam en dat ik daar steeds moest blijven. Er liepen wel mensen, maar ze liepen langs me heen. Ik kende niemand! Voelde me zo alleen. Ineens was hij er weer en toen reden we door een lange gang. Heel lang. En toen moesten we weer wachten en toen gingen we weer door een lange gang en toen moest ik nodig plassen. De man hielp me en ook nog een zuster. En toen moest ik op een bed gaan liggen. Dat was nog moeilijk, maar toen ik lag kwam er uit een deur een man aan met een witte jas en die voelde aan mijn been en hij zei iets. Maar waarover het ging ben ik vergeten. Toen moest ik weer van bed af. Moeilijk hoor. En toen klom ik weer in de rolstoel en toen reden we weer door een hele lange gang. En toen moest ik weer wachten. Ik schrok een beetje, want hij liep weer weg, die man. Toen we weer in de auto zaten keek ik om me heen en ik had die straat jaren niet gezien. Tjonge wat was dat lang geleden. Hij reed naar mijn huis en het leek wel of ik me iets herinnerde, maar ik weet niet meer wat het was. Hij wees ook ergens naar, maar waarom dat weet ik niet meer. En toen was ik zomaar weer bij me thuis. Gelukkig waren die anderen er ook nog. Eentje vroeg of ik naar het ziekenhuis was geweest, maar dat dat was niet zo. En toen ging hij weg, hoe heet hij toch alweer, ik ken hem wel, maar ....
Labels: Brok in de keel/ Om over na te denken (to think of it)
0 reacties:
Een reactie plaatsen
Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]
Links naar dit bericht:
Een link maken
<< Startpagina