woensdag 20 juli 2011

Blinde woede

Vanmorgen was het weer zover. Ik zat weer in mijn rol als gezelschapsheer aan de tafel met vier oude dames. Drie van hen zaten er pront bij. Nette kleren, het grijze haar gewatergegolfd. Ze waren blij me weer te zien want ik was er een paar weken tussenuit geweest. Het gaat nergens over en bovendien is het meeste toch al gezegd. Maar goed, toch is mijn aanwezigheid even weer wat anders. We schrikken van de plotselinge harde klap op tafel van de vierde mevrouw, mevrouw L. Die zit altijd half voorovergebogen en kijkt heel stuurs. Ze is boos. Boos omdat ik er ben, boos omdat de psychologe even een praatje komt maken en haar even zacht aanraakt. Als ze praat is dat staccato. Ze praat zo snel als een mitrailleur en altijd onverwachts. Ze wacht niet op een korte stilte, maar mitrailleert haar korte zinnen op haar tijd. 'Raak me niet aan' roept ze op punt 50-snelheid en ze maakt een korte snelle boksbeweging naar de psychologe, maar die wijkt behendig en trekt haar hand weg. 'Ik wist niet dat u dat vervelend vindt' zegt ze verontschuldigend. Mevrouw H. zegt zacht dat ze altijd zo doet en dat we ons er niets van aan moeten trekken. Mevrouw B. kijkt geĆ«rgerd op en bijt L. toe: 'Kattekop', me dunkt een nogal milde toevoeging. Mevr. L. heeft haar antwoord direct klaar: 'Geit'. De toegesnelde verzorgster kijkt mevrouw L. bestraffend aan en zegt dat ze gewoon moet luisteren en niet zo vervelend moet doen. 'Het is hier nog erger als een kostschool', mitrailleert L. nu. Ik vraag of ze op kostschool is geweest. Het antwoord komt direct: 'Niet intern, maar extern'. Ik vraag door, maar dit levert jammer genoeg niets op. L. vindt waarschijnlijk dat ze al teveel heeft gezegd. Maar voor mij heeft ze nu ook iets klaar: 'Je hebt je niet geschoren', (als je in het nauw gedreven bent kun je het beste een nieuw wapen in de strijd gooien.) Ik beloof mijn leven te beteren.
Mevrouw O. zegt niets, maar kijkt glimlachend naar L. Die minzame reactie ontlokt L.'s reactie: 'Je kunt best praten'. Ze vervolgt: 'Ik wil hier niet vastgehouden worden. Ik ga naar huis'. Maar ze kan zich niet meer zelfstandig voortbewegen. Voor me zit een verbitterde vrouw, boos op ons, boos op het bezoek, boos op de verzorgende en misschien wel op zichzelf. En soms is er die blinde woede. Ik vraag me af welke snaar ik bij haar moet bewegen, maar kom er even niet uit. De psychologe geeft me een knipoogje. En dan is er weer een schot: ''Als je mijn meisjesnaam eens wist...' Het is een 'cliffhanger' die me de rest van de dag bezighoudt.

Labels:

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

Links naar dit bericht:

Een link maken

<< Startpagina